HetByzantijnseFundament
De geschiedenis van de Textus Receptus is onlosmakelijk verbonden met de Byzantijnse teksttraditie. Terwijl West-Europa gedurende de middeleeuwen grotendeels afhankelijk was van de Latijnse Vulgaat, werd in het Grieks-sprekende oosten van het Romeinse Rijk de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament gekoesterd. Duizenden manuscripten werden met grote zorgvuldigheid gekopieerd, wat resulteerde in een opmerkelijk uniforme tekststroom die de basis vormt voor wat wij nu kennen als de 'Meerderheidstekst'.
"De Textus Receptus vertegenwoordigt de tekst die door de eeuwen heen door de christelijke kerk is herkend, bewaard en als gezaghebbend is 'ontvangen'."
— Trinitarian Bible Society
DeGriekseRenaissance
Na de val van Constantinopel in 1453 vluchtten vele Griekse geleerden naar West-Europa. Zij brachten niet alleen hun kennis, maar ook hun kostbare Griekse manuscripten mee. Dit viel samen met de opkomst van het humanisme en de uitvinding van de boekdrukkunst. Voor het eerst in eeuwen ontstond er in het Westen een dringende behoefte om de Schrift te bestuderen in haar oorspronkelijke taal: Ad Fontes — terug naar de bronnen.
HetWerkvanErasmus
Hoewel Erasmus pas laat begon aan de daadwerkelijke samenstelling van zijn Griekse tekst in Bazel, was de methodiek achter zijn werk cruciaal voor de latere Textus Receptus. Hij baseerde zijn editie op een selectie van manuscripten die ter plaatse beschikbaar waren. Voor de Evangeliën vertrouwde hij hoofdzakelijk op Codex 2 (een 12e-eeuws manuscript), terwijl hij voor de Handelingen en de Brieven gebruikmaakte van Codex 2ap1. Daarnaast raadpleegde hij Codex 1 voor tekstkritische vergelijkingen. Voor de brieven van Paulus werd bovendien Codex 7 als basis gehanteerd2.
Een bijzonder aspect van zijn werk was de omgang met het boek Openbaring. Erasmus had hiervoor slechts de beschikking over één enkel manuscript, de Codex Reuchlini (ook bekend als 1r), die bovendien incompleet was: de laatste zes verzen (Openbaring 22:16-21) ontbraken1. Vanwege de tijdsdruk besloot Erasmus deze verzen vanuit de Latijnse Vulgaat terug te vertalen naar het Grieks. Deze pragmatische keuze leidde tot enkele Griekse tekstvormen die in geen enkel ander bekend manuscript voorkomen.
1. Metzger, B. M., & Ehrman, B. D. (2005). The Text of the New Testament. Oxford University Press.
2. Scrivener, F. H. A. (1894). A Plain Introduction to the Criticism of the New Testament. George Bell & Sons.
VanDrukperstotStandaard
Robertus Stephanus
Robertus Stephanus — zijn Latijnse naam; in het Frans heette hij Robert Estienne — was een gerenommeerde Parijse drukker. In 1550 publiceerde hij zijn invloedrijke Editio Regia — genoemd naar het koninklijke lettertype waarin hij drukte. In de kantlijn van deze editie plaatste hij voor het eerst kritische aantekeningen, waarin hij tekstvarianten uit vijftien geraadpleegde manuscripten vermeldde. Nog blijvender van invloed was zijn editie uit 1551: daarin voerde Stephanus de versindeling in die sindsdien in vrijwel elke Bijbelvertaling wordt gebruikt.
Theodore Beza
Theodore Beza, de Geneefse theoloog en opvolger van Johannes Calvijn, bouwde tussen 1565 en 1604 voort op Stephanus' werk met negen eigen edities van het Griekse Nieuwe Testament. Hoewel hij de beschikking had over twee bijzonder oude handschriften — de Codex Bezae en de Codex Claromontanus — week hij op de meeste plaatsen niet af van Stephanus' tekst. Juist daardoor kreeg zijn werk grote invloed: de vertalers van de King James Version (1611) namen vooral Beza's editie van 1598 als Griekse basistekst.
De Gebroeders Elzevier
In 1633 gaven de gebroeders Bonaventura en Abraham Elzevier, drukkers uit Leiden, een nieuwe editie uit die grotendeels teruggreep op Beza's tekst van 1565. Deze uitgave zou de definitieve stempel op de traditie drukken.
"Textum ergo habes, nunc ab omnibus receptum, in quo nihil immutatum aut corruptum damus."
"U heeft nu de tekst die door iedereen is ontvangen, waarin wij niets gewijzigd of corrupt aanbieden."
— Bonaventura & Abraham Elzevier (Voorwoord Editie 1633)
Met deze woorden werd de naam 'Textus Receptus' (Ontvangen Tekst) een feit. De tekst werd de universele standaard voor de Protestantse kerk en vormde de basis voor de belangrijkste nationale vertalingen, waaronder de King James Version en de Nederlandse Statenvertaling.
Frederick Scrivener en de Editie van 1894
Ruim twee eeuwen later bracht de Engelse tekstcriticus Frederick Henry Ambrose Scrivener orde aan in deze traditie. In 1881 publiceerde hij voor het eerst zijn reconstructie van de Griekse tekst die aan de King James Version ten grondslag lag — aangevuld met de afwijkende lezingen van de destijds pas verschenen Revised Version — onder de titel The New Testament in the Original Greek according to the Text Followed in the Authorised Version. Scrivener overleed in 1891; drie jaar later, in 1894, verscheen postuum een herziene editie van dit werk. Deze editie staat tot op vandaag bekend als 'Scrivener 1894' en geldt als de meest precieze weergave van de Textus Receptus die aan de King James Version ten grondslag ligt. Zij vormt tevens de Griekse brontekst achter onze interactieve Griekse Bijbelstudie.